Connection has lost...

COVID-19: Financiële consequenties voor flexwerkers, uitzendkrachten en ZZP-ers.

Het coronavirus verspreidt zich snel in Nederland. Door flexibilisering zullen ruim 3 miljoen Nederlanders door de terugloop in werkzaamheden een (groot) deel van hun inkomen verliezen. Deze crisis wijst uit dat de flexibilisering van werk in Nederland vergaande financiële gevolgen heeft voor werkenden. In dit artikel noemen we de belangrijkste bevindingen uit het recente WRR rapport “Het betere werk” en passen deze toe op de corona crisis.

Flexibilisering van werk:
Eén van de belangrijkste trends op de Nederlandse arbeidsmarkt is de steeds verdergaande flexibilisering van het werk. Nederland is inmiddels koploper binnen Europa, waarbij 36 procent van de beroepsbevolking geen vast contract meer heeft. De flexibilisering van werk is de afgelopen jaren flink toegenomen. Er zijn zelfs specifieke bedrijfstakken waarbij inmiddels meer dan 60% van de werkenden flexwerkers zijn, zoals cultuur en recreatie, de horeca, de landbouw en de visserij. De vijf belangrijkste ontwikkelingen die worden genoemd in het WRR-rapport “Het beter werk” zijn:
  1. Het aantal flexibele werknemers nam in vijftien jaar tijd met bijna 1 miljoen toe: van 1,1 miljoen in 2003 naar 2 miljoen in 2018;
  2. Het aantal zzp'ers groeide in diezelfde periode van ruim 630.000 naar 1,1 miljoen;
  3. Werknemers met een vast contract hebben meestal betere arbeidsvoorwaarden en meer rechten dan flexibele werknemers. Ze bouwen meer pensioen op, krijgen meer ontwikkelingsmogelijkheden aangeboden en krijgen voor hetzelfde werk vaak meer salaris;
  4. Vaste werknemers hebben minder last van baanonzekerheid;
  5. Nederland neemt in Europa nog steeds een koppositie in op het gebied van werkzekerheid, loon en sociale zekerheid, maar binnen Nederland zijn deze zekerheden door de jaren heen wel verminderd. 
Financiële gevolgen van COVID-19 voor 3 miljoen werkenden:
Wanneer we deze algemene ontwikkelingen toepassen op de huidige coronacrisis, dan wordt de kwetsbaarheid met betrekking tot flexibilisering snel duidelijk. Het coronavirus verspreidt zich op dit moment snel in Nederland. De ruim 3 miljoen Nederlanders (flexwerkers en zzp-ers) zullen door de terugloop in werkzaamheden een (groot) deel van hun inkomen verliezen. De uitbraak heeft er immers voor gezorgd dat er minder werk is. Hierdoor nemen bedrijven drastische besluiten, waardoor flexkrachten en uitzendkrachten het eerst zonder werk komen te zitten. 

Uitzendkrachten zwaarst getroffen:
Het is te verwachten dat met name uitzendkrachten het zwaarst getroffen worden. Uitzendkrachten zijn in dienst van uitzendbureaus en worden op tijdelijke basis “uitgeleend” aan bedrijven. Als een uitzendbureau geen opdrachten meer binnenkrijgt wegens corona, kan het bureau haar uitzendkrachten geen werk bieden. Voor flexwerkers geldt dat ze wel voor een bedrijf werken, maar met een flexibel arbeidscontract. Misschien kan de flexwerker tijdens de coronacrisis andere werkzaamheden verrichten bij het desbetreffende bedrijf, maar dat hangt erg af van de sector en omstandigheden. Bedrijven die bijvoorbeeld veel handel drijven met landen als China, Verenigde Staten en Italië hebben minder werk. Maar ook flexwerkers in Nederlandse winkels, waarbij het klantenbezoek afneemt door de getroffen maatregelen, zullen veelal (tijdelijk) zonder werk komen te zitten. 

Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud:
We zien dat het kabinet zich in allerlei bochten wringt om toch inkomenszekerheid te bieden aan deze kwetsbare groepen werkenden. Zo heeft het kabinet onlangs de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud om zowel werkgevers als werknemers steun te bieden. Door deze regeling kan een werkgever een tegemoetkoming in loonkosten krijgen áls de omzet minimaal met 20% terugloopt. Hierdoor kan de werkgever als er minder werk is vooralsnog het volledige loon doorbetalen aan de werknemer.

Wet Arbeidsmarkt in Balans:
In algemene zin probeert het cabinet met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) werkgevers te stimuleren hun flexibele werknemers een vast contract aan te bieden. Zo is vanaf 2020 de WW-premie voor vaste werknemers lager dan voor werknemers met een flexibel contract. Na 12 maanden is een werkgever verplicht om oproepkrachten een contract aan te bieden. En mensen die op payroll basis werken krijgen dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als vaste werknemers. Hier staat tegenover dat het ontslagrecht voor mensen met een vast contract wordt versoepeld. 

WRR rapport - meer maatregelen nodig:
Je kunt je echter afvragen of deze (nood)maatregelen voldoende baanzekerheid zullen bieden voor deze 3 miljoen werkenden. Het WRR rapport “Het betere werk” stelt dat meer maatregelen nodig zijn in deze moderne tijd. Om oneerlijke concurrentie tussen werkenden met verschillende contractvormen te voorkomen kan de overheid bijvoorbeeld zogenaamde contract neutrale basisverzekeringen en voorzieningen oprichten voor al haar burgers – onafhankelijk van het type arbeidscontract. Daarnaast zou er meer aandacht moeten komen voor persoonlijke begeleiding en zouden kansarme mensen een uitzicht moeten hebben op een basisbaan. Het valt echter nog maar te bezien of zulke noodzakelijke maatregelen in de komende jaren worden genomen.

Auteur: dr. W. Oerlemans



Kenniswerkplaats Organisaties in een Slimme Stad:
De KennisWerkPlaats ‘Organisaties in een Slimme Stad’ zoekt nadrukkelijk de verbinding met publieke en private partners, waarbij we samen werken aan oplossingen voor het slim organiseren van grootstedelijke vraagstukken. Hierbij kun je denken aan organisatievraagstukken op het gebied van slimmer (net)werken, artificiële intelligentie, duurzaamheid, veiligheid en welzijn. De Kenniswerkplaats is een initiatief van de gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.